Openingstoespraak

door Raymond Baan, kunstpublicist
n.v.t., 2004


Barbara Vaessen en Frank Porcelijn, de kunstenaars van wie wij hier vandaag recente werken kunnen bekijken, hebben veel met elkaar gemeen. Decennia geleden waren zij klasgenoten aan de Rijksacademie, en daar kennen ze elkaar van. Op hun studietijd hier in Amsterdam volgden rusteloze omzwervingen over de hele wereld. Hun wegen liepen daarbij zeer uiteen, maar zij werden beiden gedreven door eenzelfde zucht naar avontuur, door een vergelijkbare sensatie van ongebondenheid, maar bovenal door een onstilbare beeldhonger. Als je vroeger van mensen die ergens anders leefden meer te weten wilde komen, nam je een boek over de betreffende cultuur en bouwde aan de hand van de daarin opgeslagen informatie een beeld op van die cultuur. Dat vergde veel tijd en veel verbeeldingskracht. Vandaag de dag bevredig je je nieuwsgierigheid door op een vliegtuig te stappen en die andere cultuur binnen te gaan, je er werkelijk door te laten omgeven. Dan kun je je direct vergapen aan de andere manier waarop de mensen daar dezelfde dingen doen.
Vaessen en Porcelijn zijn globetrotters. Door zich veelvuldig te verplaatsen op de lappendeken van culturen die de wereld gelukkig nog altijd is, zien zij een fascinerende afwisseling van alledaagsheden. Die afwisseling levert alweer een suggestie van vrijheid op, maar ook een verrijking van hun esthetische gewaarwording. Elk stelsel van gewoonten heeft een eigen vorm. Wie zich levenslang in hetzelfde stelsel van gewoonten ophoudt, zal zich van die vorm minder bewust zijn dat wie zich voortdurend van cultuur naar cultuur begeeft.
[...]
Frank Porcelijn is een bedreven, om niet te zeggen virtuoos graficus, en maakt daarnaast in verschillende materialen beelden waarvan de hoogte varieert van enkele decimeters tot driemaal manshoog. In de loop van de jaren heeft hij een beperkt aantal vormen tot vaste beeldelementen van zijn kunst gemaakt. Afhankelijk van de context, verwijzen die vormen vaak naar concrete zaken. Een rechthoek kan voor hem de sokkel van een beeld betekenen, maar ook de wand van een museumruimte of, zoals we hier zien, de muur van een toren. Met die wisselende betekenis van de vorm relativeert hij alle anekdotische interpretatie van zijn werk: we mogen erin zien wat we willen, zolang we ons maar blijven realiseren dat het é─˛vormé─˘ is. En zoals hij speelt met betekenissen, speelt Porcelijn ook met dimensies. Staat hij voor een wit vlak, dat interpreteert hij dat in de meeste gevallen als eindeloze ruimte. Ontstaat op dat witte vlak een vorm, dat ontwikkelt die zich spoedig tot een ruimtelijk voorwerp, niet alleen door een op het platte vlak gesuggereerde plasticiteit, maar heel vaak ook door werkelijk ruimtelijke interpretaties van die vorm te maken. Een voorbeeld daarvan is de uit zij as herrijzende feniks die lange tijd een terugkerend thema was in zijn grafiek, maar die zich in de laatste jaren heeft ontwikkeld tot een driedimensionale, tastbare vogel. Ook Porcelijn heeft grote delen van de wereld afgestruind, op jacht naar vorm en kleur. En ook zijn buit, zijn beeldenrijkdom, is onverbrekelijk tot zijn identiteit gaan behoren.

Voor beide exposanten, Barbara Vaessen en Frank Porcelijn, besloeg het voorbereidende deel van hun werk dus tientallen jaren, en ze legden duizenden kilometers af om hier een paar voorlopige conclusies te laten zien. Maar hoe voorlopig die conclusies ook mogen zijn, in beide presentaties is een perfectie nagestreefd die alle ruis, alle verstorende bijkomstigheid tenietdeed.